Het is weer ochtend. De wekker is gegaan, de bus staat klaar en het is tijd om mijn lieve kindjes op te halen. Iedereen stapt vandaag gelukkig vrij rustig in en ik hoef nergens extreem lang te wachten. Dat is alvast een fijn begin van de dag.
Onderweg hoor ik Dario en Inaya ineens bijna kokhalzen. Paniekerig roepen ze of het raam open mag. Zodra ik dat doe, snap ik meteen waarom… jeetje mina, wat een lucht achterin! 😅
Gelukkig klaart het snel op en kunnen de ramen weer dicht.
Tenminste… dat dacht ik. Nog geen twee seconden later hoor ik een keiharde scheet. Oké, ramen weer open dan maar. De frisse buitenlucht doet z’n werk en zonder al te veel kleerscheuren komen we aan op school. Ik lever mijn lieve kindjes af en wens ze een fijne dag.
Daarna haal ik een aardige dame op voor de dagopvang. Vervolgens rijd ik door naar een lieve jongeman die vandaag wat minder lekker in zijn vel zit. Zodra hij instapt, trekt hij de stekker van mijn telefoon eruit. Als ik (iets te) boos zeg dat ik dat niet wil, hoor ik gemopper. Even later begint hij ook tegen het dashboard te schoppen.
Ik geef rustig aan dat ik dat niet wil in mijn bus. Zijn reactie is eigenlijk best logisch:
“Jij hebt de bus toch niet gemaakt?”
Nee, dat klopt. Maar ik mag er wel voor zorgen — en daar hoort niet tegen trappen bij.
Het duurde even voordat hij daar iets op kon zeggen, dus had ik mooi tijd om het gesprek een andere kant op te sturen. Wat ik echt knap vond, was dat hij later zelf kon aangeven dat zijn “stoute ik” ook aanwezig was vandaag en nog niet weg wilde. Dat soort momenten maken dit werk bijzonder.
Op school aangekomen was hij uiteindelijk een stuk rustiger. Bij het ophalen heb ik de lerares nog even verteld dat hij onderweg wat bozig was, zodat zij daar rekening mee kon houden.
Op dezelfde locatie zou ik nog een kindje ophalen, maar als hij vijf minuten na de afgesproken tijd nog niet is gebracht, loop ik even naar binnen. De conciërge kent me inmiddels al en zet een berichtje in de groepsapp om te vragen of deze knapperd er is. Even later krijg ik het antwoord: hij is er vandaag niet.
Jammer, maar het zij zo. Ik meld hem afwezig in de boordcomputer en krijg de melding dat ik pauze mag houden. Dat laat ik me geen twee keer zeggen.
Het is lekker weer en ik zit al de hele dag in de bus, dus ik besluit even een rondje te lopen. Ik loop langs de Scapino en denk: ach, ik kan net zo goed even naar binnen. Misschien warm ik daar een beetje op en wie weet hebben ze iets leuks.
De kledingafdeling valt tegen, maar bij de schoenen zie ik ineens werkschoenen staan. Normaal €49,95, nu met 70% korting. Dat trekt toch mijn aandacht. Even passen… en ja hoor, ze zitten als gegoten. Heerlijk! Dus met doos en al richting de kassa. Soms loopt een pauze gewoon perfect.
Terug bij de bus is de pauze voorbij. Ik meld me weer beschikbaar in de boordcomputer en krijg al snel een nieuw adres. Oei, dat wordt even doorrijden — ik kom er ongeveer tien minuten te laat aan. Als ik aankom, zie ik niemand staan. Even naar binnen vragen dan maar.
Helaas: deze persoon is vandaag niet op school. Tja… daar sta je dan. Ook deze rit meld ik af.
Niet veel later krijg ik nóg een adres. Die school ken ik inmiddels wel, dus dat moet lukken. Eenmaal daar aangekomen zie ik opnieuw geen kinderen. Ik wacht nog vijf minuten, maar niemand verschijnt. Dan maar weer naar de conciërge — ja hoor, ook hier ken ik inmiddels de weg.
Ook deze persoon is vandaag niet op school. Oké dan… ook deze rit afmelden.
En dan komt eindelijk het bericht waar ik op zat te wachten:
“Ga je kindjes maar ophalen.”
Daarna volgt nog: “Fijne avond!”
Die wens geef ik natuurlijk graag terug.
Op naar de middagrit 🚐💛
