Sluiswachter

Een zonnige dag vol verrassingen op de sluis

Het belooft een mooie dag te worden — zo eentje met een heerlijk zonnetje. Ik stap in mijn auto en zie dat er eerst wat peut in moet. Dus eerst maar even naar het tankstation. Het leek wel alsof de benzine gratis was, want er stonden al flink wat auto’s te wachten. Daardoor duurt mijn rit naar de sluis helaas wat langer dan gepland.

Eenmaal aangekomen open ik eerst de boel: ik leg alvast een tas in het huisje, pak de telefoon en zet de sluis op enkel rood. Daarna rijd ik nog even naar de supermarkt om wat eten te halen. Wanneer ik terugkom, zet ik de boodschappen op het bureau.

Even later kijk ik in de koelkast. Het blikje groente dat er al weken staat, is nu wel écht rijp om weg te gooien. Terwijl ik dat doe, zie ik een kano liggen voor de sluis. Op mijn vraag of de kanovaarder erdoor wil, krijg ik een vriendelijk “ja graag”. Ik vertel dat ik de sluis eerst naar beneden moet schutten. Snel loop ik terug naar het huisje om de sluistelefoon en de sleutel te pakken.

Snel draai ik de deur op slot en loop ik richting sluis. Ik begin met het leeg laten lopen van de kolk. Zodra de sluis laag is, doe ik de deuren open. De kanovaarder blijft keurig achterin liggen op mijn advies, waar het omhoog schutten rustiger is. Kort daarna is hij door de sluis heen. Hij zegt later op de dag waarschijnlijk nog terug te komen.

Tijdens het schutten merk ik dat het scherm ineens zwart is. Oké, dat moet ik straks even melden bij de dienstleider. Ik bel vaak met mijn eigen telefoon zodat ze direct weten dat ik het ben. Eerst probeer ik de deur open te doen. De sleutel draait rond — zonder resultaat. Het slot lijkt dolgedraaid. Dus bel ik direct de dienstleider. Hij begrijpt het niet helemaal en stuurt eerst een collega dit komt kijken wat ik bedoel. Ik vergeet in alle onhandigheid te melden dat het scherm stuk is.

Binnen een kwartier komt er een auto van Waternet aanrijden. Ook hij probeert het slot met zijn sleutel, maar tevergeefs. Hij belt zijn collega’s en zegt dat er echt iemand anders moet komen. Intussen herinner ik me het kapotte scherm en meld dat ook. Hij kijkt even, ziet het probleem en maakt daar ook een melding van.

Omdat er nog niemand onderweg is, besluit ik de buurman te bellen voor pen, papier en — hopelijk — een kopje koffie. Maar ik krijg zijn voicemail. Dan maar even genieten van het zonnetje. Het waait wel wat fris, dus ik loop naar een minder winderig plekje op de sluis. Net op dat moment zie ik de garage open gaan. De buurman komt naar buiten: “Je had gebeld?”

“Ja,” zeg ik lachend, “ik kan er niet in. Heb jij toevallig pen, papier en een stiekem kopje koffie?”
“Natuurlijk,” zegt hij. Ik schrijf snel een briefje dat ze me even moeten bellen als ze er zijn en niet veel later zit ik met een dampende mok koffie met slagroom. Heerlijk! We kletsen gezellig bij, tot de telefoon gaat. De gemeente is er. Jippie!

Ik bedank de buurman en buurvrouw die erbij is komen zitten en loop terug naar de sluis. De eerste gemeenteman probeert het slot, maar zonder succes. Gelukkig komt er nog een collega met meer ervaring. Terwijl we moeten wachten op die collega, lopen we samen naar het scherm. Hij bekijkt alles goed en na wat gepruts blijkt er een stekkertje los te zitten — probleem opgelost!

Ondertussen komt de tweede bus van de gemeente aan. De ervaren collega rommelt wat aan het slot en ineens heeft hij het hele mechanisme in zijn handen. Gelukkig weten ze er samen een tijdelijk slot in te zetten. Het is niet perfect, maar het werkt.

Uiteindelijk zit alles weer op zijn plek: het scherm doet het, de deur kan dicht en ik kan met een gerust hart afsluiten. De rest van de dag blijft het rustig bij de sluis.

Een beetje zon, een beetje pech, en gelukkig ook een beetje gezelligheid — precies zoals een dag op de sluis hoort te zijn.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *